Selectie van kweekduiven

Welke duiven gaan we inzetten voor de kweek, iedere liefhebber stelt zich die vraag voor elk nieuw seizoen.
Veel methodes kunnen we de revue laten passeren. De goeden komen van de goeden, lijnenteelt, inteelt, kruisen wordt er daarna weer hard geroepen. Uitgangspunt moet altijd zijn dat de goeden van de goeden komen.
Als we dat in het achterhoofd hebben, komt de eerste logische vraag: Wat is een goede?
Een goede is een duif die zich heeft bewezen op de vluchten. Een goede is ook een duif die zich als kweker heeft bewezen, zonder ooit zelf te hebben gevlogen. Voorbeelden te over, kijk maar om je heen.
Allereerst de bewezen vliegduif voor de kweek inzetten. De uitslagen van de wedvluchten bepalen welke duif een goede is en welke niet. Heb je er eentje die regelmatig voor in de uitslagen is te vinden, dat is een goede. Het is aan de liefheber zelf om te bepalen welke uitslagen maatgevend zijn. Ook is het aan de liefhebber om te bepalen welke criteria worden gebruikt. Minimaal 50% prijs, prijzen 1:50 of 1:100 en hoe vaak? Iedereen kan dat zelf bepalen. 
Dan krijgen we de categorie duiven die nooit hebben gevlogen. Hoe bepaal je daarvan wat een goede kweker is. Dat is knap lastig voor iedereen. Vele van deze duiven zijn geroepen, weinigen zijn uitverkoren. Er wordt gezocht naar de winnende bloedlijnen, duiven die deze lijnen dragen. Ik hoor of lees weinig over het karakter van duiven. Slimme duiven, duiven die weg willen, duiven die nauwelijks voer nodig hebben, duiven die extreme territorium of nestdrang laten zien. Winnende duiven hebben die kwaliteiten, of minstens 1 ervan, ze onderscheiden zich vaak in gedrag. Dit is waar te nemen, dus kan je er ook op selecteren. Daarnaast komen we weer uit bij de wijsheid: De goeden komen van de goeden. Dus winnende bloedlijnen. Probeer duiven te krijgen die kinderen of kleinkinderen zijn van kopvliegers of asduiven. Mochten het kleinkinderen zijn van een topper, dan wel graag aan zowel vaders als moederskant een topper. Een kleinkind van een kleinkind heeft de winnende genen niet meer, alleen nog maar de beroemde namen, te ver weg in de stamboom.
Dan zijn er nog de lichamelijke kenmerken, het punt waar iedere liefhebber een mening over heeft. Prachtig, we kunnen er middagen en avonden mee vullen, Het verteld ook wel wat, ook al kan je er niet in kijken.
Laat wel duidelijk zijn waarom er wordt gekweekt. Kweekduiven heb je om je vliegploeg beter te maken en op peil te houden, anders zou je geen kwekers nodig hebben.
Als het hele plaatje klopt, zoals hierboven omschreven is het alleen nog even zaak om de dieren op de juiste manier bij elkaar te zetten. Als er een dier bij zit met en karakter, maar ichamelijk toch wat minder, compenseer dat met de partner. De basiskwaliteiten moeten aanwezig zijn, een voddebaal gaat niet winnen, ook al bulkt deze van de goede wil. Vul dus de kwaliteiten van de dieren aan, 2 duiven moeten vanuit een goede basis een zo compleet mogelijk jong voortbrengen. Als dat lukt ben je aardig op weg.
Soms, heel soms, krijg je duiven in handen die niet aan de criteria voldoen, maar bijvoorbeeld wel barsten van het karakter, die continu weg wilt, of je altijd in de gaten hebt, vanaf het bovenste schapje. Probeer hier rustig eens wat mee, niet geschoten is altijd mis. Intuïtie is vaak een goede raadgever. Mislukt het, niet getreurd. Bij kwekers is het net als bij vliegers, heb je er 100, dan zijn er misschien maar 10 echt bruikbaar, of er een goede bij zit? Zou zomaar kunnen. Heb je een keer 2 of 3 echt goede van 100 duiven, handen dichtknijpen, gebeurd je niet te vaak!

Geen opmerkingen:

Een reactie posten